Dodenherdenking 4 mei: toespraak burgemeester Bergman

We stonden vandaag stil bij de Nederlandse slachtoffers van oorlogssituaties en vredesmissies. Burgemeester Bergman hield in iedere kern een toespraak. Hieronder staat de tekst die zij vanavond voorlas tijdens de herdenking in Beuningen.

Geachte dames en heren, beste inwoners van onze gemeente.

We zijn hier vanavond samengekomen.  
Om te herdenken.  
Om stil te staan.  
Om niet te vergeten.

Hier, in Beuningen. Maar ook in Ewijk, Weurt en Winssen. In de straten waar u elke dag fietst. Op de dijken waar u wandelt. Bij het voetbalveld, de supermarkt, de school om de hoek. Juist hier, in ons eigen dagelijkse leven, begint herdenken betekenis te krijgen.

Het centrale thema van de herdenking is dit jaar: ‘De geschiedenis begrijpen’.  
Die geschiedenis leren we niet alleen uit boeken of van historici. We leren haar ook van elkaar. 
Van verhalen aan de keukentafel.
Van opa’s en oma’s.
Van oude foto’s in een schoenendoos op zolder. 
Want deze geschiedenis gaat over ons allemaal. Over u en mij. Over hoe gewone mensen in een oorlog terechtkwamen en gedwongen werden tot het maken van keuzes. Keuzes die hun hele verdere leven hebben getekend.

We denken bij de Tweede Wereldoorlog vaak in zwart en wit. In goed en kwaad. In helden en daders. Maar daartussen zitten heel veel tinten grijs. De meeste mensen waren geen held. De meesten waren ook geen uitgesproken slechterik. Het waren gewone inwoners, net als u.

Een boer bij de Waal die ineens Duitse soldaten op zijn erf kreeg.  
Een onderwijzer in Beuningen die moest besluiten: pas ik de nieuwe regels toe, of weiger ik?  
Een winkelier in Ewijk die de vraag kreeg: “Wilt u deze Joodse familie nog wel helpen?”  
Een ambtenaar in onze eigen gemeente die formulieren moest invullen, wetend dat mensen daarmee misschien in gevaar kwamen.

Veel van hen dachten begin 1940 nog: “Oorlog? Zo’n vaart zal het bij ons wel niet lopen.” De koeien moesten gewoon gemolken worden, de kinderen moesten naar school, het leven ging door. Maar stap voor stap veranderde hun wereld.  
Eerst kwamen de woorden.  
Het aanwijzen van een zondebok.  
Het spreken in ‘zij’ en ‘wij’.  
De ‘grapjes’ die ineens heel kwetsend waren.  
Het uitsluiten van mensen, omdat zij anders geloofden, er anders uitzagen, ergens anders vandaan kwamen.

Langzaam ontstond een nieuwe werkelijkheid. En uiteindelijk: oorlog.

Nu zijn we 86 jaar verder. En als ik om me heen kijk, ook hier in onze gemeente, dan zie ik weer ‘zij’ en ‘wij’.  
Boze reacties op sociale media.  
Mensen die niet meer met elkaar praten maar alleen nog over elkaar.  
Mensen die zich niet meer veilig voelen omdat ze anders geloven, anders stemmen, of hier nog maar kort wonen.

Dan zeg ik als burgemeester tegen u:  
“Houd elkaars hand vast. Kijk naar elkaar om. Zie de mens achter de mening. Zoek kansen en géén bedreigingen.”  
Want een herhaling van de geschiedenis komt niet in één klap. Zij komt, net als toen, in kleine stapjes.

Net als toen zijn er nu veel mensen die geen ruzie, geen conflict, geen oorlog willen.  
U wilt misschien gewoon uw werk doen in het dorp, uw kinderen veilig zien opgroeien, langs de Waal wandelen, naar het voetbal in Weurt gaan of met uw kleinkind zwemmen in het zwembad in Beuningen. U denkt misschien: “Laat al dat gedoe in de wereld alsjeblieft maar ver weg blijven.”

En toch dringt die wereld zich aan ons op. Op televisie zien we Oekraïne. We zien de strijd in het Midden-Oosten. We zien mensen op de vlucht, ook in onze gemeente. En sommigen van u voelen zich ongemakkelijk, of bang, of boos, of juist machteloos. Vragen zich af: wat kan ík eigenlijk doen?

In de Tweede Wereldoorlog waren er mensen die in verzet kwamen. Maar de grote meerderheid bleef stil.  
We weten veel over de helden.  
We weten veel over de slachtoffers.  
We weten ook iets over de fanatieke daders.  
Maar wat dacht die zwijgende meerderheid?  
De buurman die wegkeek.  
De vrouw die wel twijfels had, maar zweeg.  
De man die de andere kant op keek toen iemand werd afgevoerd.

Wij weten het niet precies. We weten wél dat hun stilte gevolgen had. Grote gevolgen.

Op 4 mei stellen we elkaar vaak de vraag: “Wat zou u hebben gedaan in de oorlog?” Ik vraag u vanavond: “Wat doet u nú, in uw eigen straat, in uw eigen sportclub, op uw werk?”  

Wat doet u als u ziet dat een nieuw gezin – misschien uit Oekraïne, misschien uit Syrië – hier in de gemeente komt wonen, en anderen zeggen hardop: “Daar heb je ze weer, die vluchtelingen”?  
Wat doet u als op de app van de sportclub een kwetsende opmerking voorbij komt over iemand met een andere achtergrond of geaardheid?  
Wat doet u als iemand wordt buitengesloten omdat hij of zij “anders” is?

De geschiedenis herhaalt zich nooit precies in dezelfde vorm. Maar het begint wel steeds op een vergelijkbare manier:  
Stapje voor stapje.  
Woord voor woord.  
Grapje voor grapje.  
Maatregel voor maatregel.

Wij zijn de erfgenamen van de generatie die de oorlog zelf heeft meegemaakt. De laatste ooggetuigen verdwijnen. Misschien herinnert u zich nog het verhaal van uw eigen opa die in een schuilkelder zat in Ewijk, of van een tante die moest evacueren uit deze streek. Binnenkort kunnen zij ons niet meer in de ogen kijken en zeggen: “Pas op. Dit willen jullie nooit meemaken.”

Straks hebben we alleen nog hun verhalen. Hun waarschuwingen. Hun lessen. Dat legt een verantwoordelijkheid bij ons allemaal. Niet vanuit de houding: “Zij waren slecht, wij zouden het beter doen.”  
Maar vanuit de eerlijke vraag: “Hoe reageer ík bij die eerste kleine stap? Bij die eerste kwetsende opmerking? Bij die eerste discriminerende regel? Bij die eerste aantasting van onze democratie?”

De les van de oorlog is dat we iets durven te zeggen of te doen, juist als het nog relatief veilig voelt. Als we nu al onze stem niet laten horen, waarom zouden we dat dan wél doen als het gevaar groter wordt?

Net waren we twee minuten stil. Twee minuten vol stemmen: van vermoorde Joden, Roma en Sinti. 
Van verzetsmensen, ook hier uit deze streek, die hun leven waagden of gaven.  
Van dwangarbeiders, van mensen die nooit zijn teruggekeerd.  
Maar ook de stemmen van de stille toeschouwers.

Onze jaarlijkse twee minuten stilte is van onschatbare waarde. Maar als we zo weer naar huis gaan, dan vraag ik u: Laten we er samen voor zorgen dat het daarna niet stil blíjft. Laat ons uitspreken. Uitspreken vóór hoop, vóór verbinding, vóór menselijkheid. Uitspreken tégen haat, tegen ontmenselijking, tegen het aanwijzen van zondebokken.

Zodat we hier, in onze eigen gemeente, laten zien dat we de geschiedenis niet alleen gedenken, maar ook begrijpen – en ernaar handelen. Vandaag en elke dag daarna.